De rectrix

De rectrix (Meulenhoff, 1995) verscheen onder het pseudoniem ‘Simon Bottema’. Het is een kleine roman die de gebeurtenissen op een gymnasium beschrijft vanaf de eerste tot en met de laatste schooldag van het jaar.

Copycat

Oog in oog met je dubbelganger

Copycat – oog in oog met je dubbelganger (Ploegsma, 2011) is een young adult thriller van dochter & vader Laura en Simon Burgers. Meer informatie over het boek is te vinden onder www.copycatboek.nl

Trailer (met muziek van Simon Burgers)

Het Morelli principe

Drie dagen om een ramp te voorkomen

Het Morelli principe – drie dagen om een ramp te voorkomen (Ploegsma, 2014) is de tweede young adult thriller van dochter & vader Laura en Simon Burgers.

Korte kermis

Tegen de tijd dat je leven om is
en je ongeveer overziet
wat het je heeft opgeleverd
krijg je zo’n beetje hetzelfde gevoel
als je vroeger al had
wanneer je naar de kermis was geweest.

Er waren eerst spannende beloftes
daarna inderdaad vrolijke momenten
en vreemde sensaties
soms duizelingwekkend
maar altijd te snel voorbij.

Verborgen gevoelens werden kortstondig ontbloot
lieten zich slecht vangen
waren al half weggevlucht
voordat je geld op was
en je wegging
terwijl je bovendien niet eens
alle attracties bezocht had.

Daarom wist je op weg naar huis al
dat je het volgend jaar terug moest
naar schiettent, spookhuis en rupsbaan.

En nu besef je
dat een heel leven van geuren en kleuren
klanken en warmte
landschappen, vogels, wind
muziek, nevels, sterren
handen, lippen en stemmen
niet genoeg was.

Veel is je ontglipt
nog meer is je ontgaan.

Ergens moet er een plek zijn
een lage berg aan zee
er groeit gras
het is er warm
je zou er een poos kunnen staan
kijken, luisteren, ruiken.

Je bent er nooit geweest
niets ervan heb je kunnen opsnuiven
of zelfs maar gebrekkig bewaren.

En het weinige van deze wereld
dat je hebt weten te vatten
ga je straks loslaten
en nog later
verdampt zelfs de herinnering aan jou.

Lange dagwaker

Ik ben een zwarte man
Met een lengte van ruim twee meter.

Wat leuk, zul je zeggen
Dan kun je in een basketbalteam.

Maar ik ben niet goed in basketballen.
Ook trouwens niet in trommelen.

Ik ben 28 jaar en ik begin een beetje kaal te worden.

Ik woon in Parijs.
Van beroep ben ik bewaker bij een bankgebouw.

De bank ligt op een hoek van een straat.
Ik sta ervoor en een gemuilkorfde hond ligt naast mij.
Voor de rest hoef ik niks te doen.

Bewakers zoals ik zie je vaak. Ze zijn nooit oud.

Soms vraag ik me af
Hoe lang ik nog bewaker blijf
En wat ik daarna moet beginnen.

Gisteravond zag ik hier in de buurt op straat een goochelaar bezig.
Hij zat achter een opklaptafeltje.
Er stond veel publiek om hem heen.

Hij had twee spellen kaarten, drie bekertjes en wat balletjes.

De kaarten vormden een waterval in de lucht
Ze veranderden van kleur
En opeens waren het allemaal azen.

De balletjes verdwenen en verschenen in de bekers.
Ze werden steeds groter
Zo groot dat ze uiteindelijk niet meer onder de bekers pasten.

De goochelaar was een kleine man.
Hij sprak zachtjes.

De mensen lachten om zijn grapjes
En deden geld in zijn bakje.

Ik zou wel die goochelaar willen zijn.

Bepaling van eigen waarde

Als je van je zeilboot dondert
in een storm op zee

en er niemand aan boord van je schip is
maar je wel een zwemvest aan hebt

dan kun je uit je borstzak
je waterproof survivor kit vissen
en een alarmsignaal naar de kustwacht zenden.

Je positie wordt vastgesteld
en een paar uur later komt een helikopter je redden.

Terwijl je het hoofd boven water houdt
heb je ruim de tijd te overdenken
of jij de kosten van zo’n reddingsoperatie waard bent.

Dat je honderd euro mag kosten
daar twijfel je geen moment aan.

En dat miljard euro beter besteed zou kunnen worden
aan de bestrijding van malaria
de bouw van ziekenhuizen
de opvang van oorlogsslachtoffers
dat zie je ook wel in.

Ergens tussen die twee bedragen moet dus jouw waarde liggen.

Duizend euro?

Je bent pas 35 en je besluit
dat bedrag aan goede doelen weg te geven
verspreid over de komende twintig jaar.

Tienduizend euro?
Daarvoor zouden vijfhonderd mensen
een concert van een redelijk symfonieorkest
kunnen bijwonen.

Oké, jij gaat in de rest van je leven
nog vijfhonderd keer
iemand een plezierige avond bezorgen.

Miljoen euro?

Daarvan zou de vrijwillige brandweer
van een provinciestadje
een jaar lang kunnen draaien
inclusief huur van de kazerne
afschrijvingskosten van de bluswagen
en de rekening voor het jaarlijkse etentje van het personeel.

Zet even op een rijtje
wat die lui per jaar
allemaal presteren.

Zonder hen zou een hele straat zijn weggevaagd
in plaats van een halve etage.

Een baby en twee bejaarden zouden in de rook zijn gestikt
liefdesbrieven waren verteerd
computerbestanden zonder backup gesmolten
dierbare foto’s kromgetrokken
zwartgeblakerd en verpulverd.

Verder zou een wespennest
onder de nok van het dak van de school
niet zijn verwijderd.

Een hond was in de winter
verdronken
in een bouwput met steile wanden.

Een tot zelfmoord besloten man
balancerend in de dakgoot van een flatgebouw
zou gesprongen hebben.

Het is duidelijk
de jaarlijkse verdiensten
van zo’n brandweerteam
vermeerderd met de gevoelens van voldoening en kameraadschap
die het de leden zelf oplevert
daar kan jij in geen eeuw aan tippen.

Die miljoen euro
dat ben jij niet waard.

Zeventigduizend euro dan maar?

Dat is het bruto jaarsalaris
van de medewerker stervensbegeleiding
van enkele ziekenhuizen
die in kanker gespecialiseerd zijn.

Jij zal de komende vijftig jaar
heel wat verzoenende woorden moeten verzinnen
heel wat troostende armen langs gebogen schouders moeten leggen
om die ene medewerker te evenaren.

Dat wordt een zware taak
maar het is haalbaar.

Zeventigduizend euro – jouw waarde.

Hoeveel zou de reddingsactie door zo’n helikopter kosten?
Toch geen tachtigduizend euro?

Bel de kustwacht nog maar eens.

Je kunt het altijd even vragen.

Sluitsteen

Tegen een bosrand
een flink eind van de weg
staat een huis
dat uitkijkt
over braakliggende velden.

Ga naar het huis.

In de zijwand ervan
zit een deur zonder slot
die zachtjes klappert
boven een lage drempel.

Treed het huis binnen.

Links van de hal
ligt een huiskamer
en rechts verheft zich een trap
met daaronder een deur.

Ga de huiskamer in.

De hoge ramen
hebben geen gordijnen
er staat een stoel
op een stevige vloer
van houten planken.

Bewoon het huis.

Luister er af en toe
naar het ruisen
van de wind in de bomen.

Open dan de deur onder de trap.

De ruimte erachter is klein
in de bodem zit een valluik
ter afsluiting van een grote kelder.

Trek het luik open
daal af in de kelder
laat het luik vallen
en tast in het duister.

De kelder voelt stoffig en muf
geluiden klinken er hol
langs de wanden lopen lange planken.

De grond is van steen
ongeveer in het midden
zit een ijzeren ring.

Trek aan de ring.

Een tegel komt omhoog
eronder is nog een ruimte
vochtig en kil
bijna een halve meter diep
een mens zou er kunnen rondkruipen.

Laat de tegel vallen
snel die keldertrap op
duw dat valluik omhoog
storm het huis uit.

Misschien is er niets boosaardigs
uit die ruimte ontsnapt
of valt er nog te ontkomen
door heel hard het bos in te rennen.

Basisinterval

De primitieve mens die toen bukte
bij de half vergane schedel
van een waterbuffel
zijn stenen bijl neerlegde
voorzichtig een van de hoorns loswrikte
dat verweerde, hol geworden ding
door zijn handen liet glijden
en zonder te weten waarom
niet alleen door het gat in het uiteinde blies
maar daarbij ook zijn lippen liet trillen
zodat er voor het eerst op aarde een toon klonk
en meteen daarna nog eentje, een kwint hoger

zou die mens er iets van voorvoeld hebben
wat hij op dat moment
de wereld in trok:
intervallen, drieklanken
Romeinse bazuinen en Middeleeuwse jachthoorns
de hele natuurtonenreeks met twintig boventonen
Bachtrompetten, Wagnertuba’s
koperkoralen, schetterende fanfares
Strawinsky’s Symphonies of Wind Instruments
Louis Armstrong, Miles Davis
jazzkwartetten, bigbands, militaire parades
de blaaspoepers van het carnaval
en de dorpsharmonie met de hele retteketet
van majorettes en trommelaars erbij

zou hij daarom een onbestemde vreugde gevoeld hebben
besefte hij vaag
heel even onderdeel te zijn
van een onstuitbare macht
waarop zelfs zijn goden geen vat konden krijgen?

Waterspiegel

Als ik vijfentachtig ben
ga ik wonen
op de tiende verdieping
van een flat
met uitzicht op zee.

Vijf jaar lang kijk ik
naar de golven en de horizon,
de wolken, de regen,
zwevende meeuwen, stormvogels,
schepen en hun kielzog,
het aanbreken van de dag,
het verschuiven van de vloedlijn,
het ondergaan van de zon,
en, weerspiegeld in een ruit van mijn flat,
de blik van mijn steeds verder verstarrend gezicht.

Ondertussen
zal het water geleidelijk aan stijgen
klotst het uiteindelijk zachtjes
tegen de vensterbank onder mijn raam.

Ik kijk om mij heen
bijna overal water
enkel wat kantoorgebouwen,
flats en een kerktoren
die half uitsteken
boven de deinende vlakte.

Een stip in de verte
komt op mij af
wordt een pruttelend bootje
dat aanlegt langs mijn raam.

Ik schuif het venster open
stap wankelend in
knik naar de bestuurder
en laat me voorzichtig zakken
op het dwarsbankje achterin.

In een felle zon
varen we weg
ik kijk achterom
mijn vrouw staat voor het raam
zachtjes te wuiven
ik probeer te glimlachen
terwijl ik me afvraag
of ze het zal redden zonder mij.

Maar omkijken wordt snel zinloos
om ons heen kabbelt en blikkert
alleen nog het oneindig blauwe
wiegende water.

Lenteavond in Parijs

Nog begerenswaardiger
dan op een mooie zomerdag
fietsend ver buiten de stad
over een rustig weggetje
met in de berm wilgenroosje en klaver,
kwetterende leeuweriken boven de weilanden
en de lucht van gemaaid gras in je longen
bij het oversteken van een onbewaakte overweg
overreden te worden door een trein

prettiger zelfs
dan liggend in een comfortabel bed
te midden van vrienden en verwanten
half verdoofd door koorts en morfine
zachtjes te sterven
aan een bacteriële infectie

zeker aangenamer
dan verlamd in een rolstoel
oud te worden in een bejaardentehuis

moet het zijn om op een lenteavond
na afloop van een concert
met achttiende-eeuwse kamermuziek
waarvan klavecimbel, hobo en viool
nog juichend in je oren weerklinken
wandelend door het 13e arrondissement
op weg naar een metro-ingang
te worden beroofd en vermoord.

Vier overvallers
de zoete zware geur
van bloeiende kastanjes
dreigende pistolen
een gesnauwd bevel
en dan de gedachte
dit is het moment

en dus je honende antwoord
dat er geld is, veel geld
maar dat ze allemaal
het lazarus kunnen krijgen.

Twee seconden doodse stilte
een klodder spuug
naar een van de gespannen gezichten
en dan de knallen
die je trommelvliezen
pas bereiken nadat
warme kogels binnendringen
in je heerlijke jonge lichaam.

Lof der traagheid

Traagheid,
waar ben je gebleven?

Een halve eeuw geleden
besloeg Beethovens derde pianoconcert
drie 78-toeren platen.
De eerste kreeg je op je verjaardag
de volgende met Sinterklaas
voor de derde spaarde je zelf.

Nu heb je op je iPod
de hele muziekgeschiedenis staan.

Vroeger stuurde je brieven
naar een meisje in San Francisco
dat je in de zomervakantie had ontmoet
twee adembenemende weken lang
moest je wachten op antwoord.

Nu slingert zij via de digitale snelweg
in enkele seconden
haar reply op je beeldscherm.

Je grootvader trok naar Parijs
verre stad vol geheimen
alleen de reis erheen al lonkte
de voorbode van onbekend avontuur.

Tegenwoordig stap je na het ontbijt in de Thalys
en nog voor de lunch sta je op het Gare du Nord.

Tien jaar was Odysseus onderweg van Troje naar Ithaka
een vliegtuig doet er een uur over.

Traagheid, ik mis je!

Maar heel langzaam
zal je terugkeren.

Mijn kinderen
zullen snelle ruimteschepen bouwen.
Hun kinderen
nog snellere.
En uiteindelijk zullen hun nazaten
het heelal verkennen
in een superieure raket.
Met de lichtsnelheid reizen ze naar Sirius
de Magelhaense Wolk, de rand van de Melkweg.

O, wat zal dat traag gaan…
Honderdduizenden lichtjaren ver
liggen de bestemmingen
die ze zelf niet meer bereiken.
Tergend stroperig
boren hun kindskinderen
– onherkenbaar vervreemde nakomelingen –
zich door de Andromeda Nevel
spiraalstelsels
en superclusters.
Met een traagheid
van 300.000 kilometer per seconde
dringen ze door
in de uithoeken
van het universum.

Het schip kruipt door de intergalactische ruimte
en tast de eindeloze randen ervan af
ondergedompeld in onoverwinnelijke
traagheid.

Dit gedicht werd gepubliceerd in het maart-april nummer van De Gids in 2007.

Ondergrondse beweging

De inwoners van Amsterdam
kan je allemaal de stad uit jagen
zonder geweld te gebruiken
of ze te bedreigen
als je de macht hebt
over alles
wat onder de grond
stroomt en beweegt.

De gevolgen
van de ingrepen
die je dan stil
en onzichtbaar kunt verrichten
zijn zonneklaar.

Het elektriciteitsnetwerk
valt uit
beeldschermen springen dus op zwart
radio’s verstommen
stoplichten weigeren dienst
trams staan stil, liften blijven steken.

Water stroomt niet meer
door de leidingen
met koffie en thee zetten
is het afgelopen
net als met sla schoonmaken, aardappels koken,
douchen, kleren wassen en de wc doorspoelen.

Trouwens, de riolering is afgesloten
waar moeten de bewoners
hun ontlasting deponeren
al die hectoliters urine en bergen uitwerpselen?
In het Vondelpark?

Reken maar eens uit
hoe lang achthonderd duizend Amsterdammers
daar hun reststoffen kunnen dumpen
voordat de stank ondraaglijk wordt.

Alle vaste telefoonverbindingen zijn verbroken.
Hun mobieltjes doen het nog wel
net als – ze danken de hemel – hun auto’s!

Dus gaan ze ervandoor
in hun volgestouwde wagens.

Het grootste deel van hun dierbare goederen
is noodgedwongen
achtergebleven
hoewel er vannacht zo goed als zeker
in de duistere stad
een plundering plaatsvindt
zoals nog nooit vertoond.

Kan je het je voorstellen?
Een in mobieltjes blaffende meute
die op de ringweg transformeert
tot een traag draaiende, ronde muur
een grommend gas gevende en sissend remmende
cirkelvormige file
van volvo’s, opels, renaults
en weet ik veel wat voor
toeterend en met de lichten knipperend blik.

Als eindelijk de verstopping zich oplost
staan de doodstille huizen
er nog ongeschonden bij.

Maar langzaam
centimeter voor centimeter
zie je de grachtengordel verzakken.
Want onder Amsterdam
die mooie stad, gebouwd op palen
dat herinneren we ons toch? –
is het grondwater verdwenen
zodat de funderingen verrotten
en de eeuwenoude panden
het kreunend begeven.

En net zoals die unieke stad
met zijn onmiskenbare geuren en geluiden
al zijn in het oog springende
schoonheden, banaliteiten, verrassingen
niet kan bestaan
zonder dat ondergrondse netwerk
van kabels en leidingen
dat stroomt, bruist, aanvoert en afzuigt

zo kan jouw onverwisselbare buitenkant
met je uit duizenden te herkennen stem
je dierbare huid, je vertrouwde zweet
je hele schitterende verschijning
niet lang verder leven
wanneer een onderhuidse ziekte
jouw stelsel van bloedbanen, luchtwegen
darmen, botten en zenuwen
onzichtbaar en geluidloos aanvreet.

Je lichaam blijft doodstil achter
een lege huls
een levenloos decorstuk
onbewoonbaar, onbewoond.

Notulen

Hierbij treft u aan
de notulen van de vergadering
gehouden op 19 mei jongstleden
van 17.09 tot 18.13 uur
op het terras van café ‘Buitenplaats’
gelegen naast ons kantoorpand.

Aan de bijeenkomst werd deelgenomen
door mevrouw Pietersen
koffiejuffrouw bij ons bedrijf
en de heer Jansen
medewerker in de spoelkeuken.

De heer Jansen opende de vergadering
met een kort welkomstwoord
aan het adres van mevrouw Pietersen
en ging over op de bespreking
van het eerste agendapunt
dat de keuze van de consumpties betrof.

Jansen gaf te kennen
voornemens te zijn
een coca cola te bestellen
mevrouw Pietersen sprak haar voorkeur uit
voor een cola light
waarbij zij aantekende
het wenselijk te achten
enigszins op haar gewicht te letten.

Het tweede agendapunt behelsde
de huidige weersomstandigheden
die na een uitvoerige gedachtewisseling
positief beoordeeld werden
en in het licht van het tot dusver
koude en natte voorjaar
door de voltallige vergadering
als ‘verdiend’ werden bestempeld.

Na een pauze van bijna 45 seconden
merkte de heer Jansen op
dat hij sinds kort aan fitness deed
en dat hij nu reeds kon constateren
dat zijn lichamelijke gesteldheid
hier een gunstige invloed van onderging.

Na een tweede pauze
van ruim drie minuten
bracht de heer Jansen naar voren
dat hij sinds lange tijd
zonder dat hij er iets aan kon doen
voor mevrouw Pietersen
gevoelens koesterde
die moeilijk onder woorden te brengen waren
maar dat zij – mevrouw Pietersen dus –
ook zonder dat hij – Jansen – ze had geuit
vermoedelijk wel had opgemerkt
dat er tijdens het werkoverleg in spoelkeuken en kantine
een gedragsverandering
van zijn kant naar haar toe
had plaatsgevonden
waarvan de oorzaak gelegen was
in het bij hem doorgebroken besef
nog niet eerder iemand tegengekomen te zijn
en ook nooit meer iemand te zullen ontmoeten
die in een dergelijke mate als zij
in het bezit was
van de eigenschappen leuk, lief en supertof.

Mevrouw Pietersen
sprak bondig haar waardering uit
voor de uiteenzetting van de heer Jansen
wiens plezierige houding op de werkvloer
haar reeds was opgevallen
en in goed overleg
besloten de deelnemers over te gaan
tot het bestellen van
twee glazen witte wijn
en een schaal borrelnootjes.

In een sfeer van eensgezindheid
werd de vergadering afgerond
en een volgende bijeenkomst gepland.

Hiervoor werd als locatie gekozen
de driezitsbank bij mevrouw Pietersen thuis
met als datum en tijd
dezelfde dag, een kwartier later.

Contactadvertentie

Niet al te dove dame van negentig jaar
een eigen kamer in het tehuis bewonend
en nog in staat zonder rollator naar de eetzaal te schuifelen
zoekt kennismaking met man van hooguit dertig
bij voorkeur een nichterig type
die het leuk vindt haar twee maal per week een bezoek te brengen
haar bij binnenkomst een zoen geeft
af en toe bloemen meeneemt
bonbons mag ook, maar die lust ze niet meer
dus die moet hij dan maar zelf opeten
die met haar in de grote recreatiezaal gaat zitten
en daar, iets te hard pratend, breedvoerig uiteenzet
wat voor stommiteit hij van de week heeft begaan
waarna hij om zijn eigen verhaal vreselijk moet giechelen
die vervolgens zachtjes met haar de kleding en het kapsel
van de medebewoners en het verplegend personeel
licht spottend en af en toe opzij glurend bespreekt
en opeens, als het echt hilarisch wordt
zich niet goed weet te beheersen
waardoor hij er enkele woorden veel te hard uitflapt
en verschrikt zijn hand naar zijn mond brengt
om daarna proestend haar arm te grijpen
en daar zachtjes in te knijpen
wat ze bijzonder op prijs stelt
omdat ze hier in het tehuis alleen wordt aangeraakt
als daar een legitieme reden voor is
zoals wanneer een verpleegster haar helpt zich te wassen
of de tandarts haar gebit onderhanden neemt
maar nooit, sinds haar man gestorven is
uit zo maar een gevoel van verbondenheid

De dame in kwestie zoekt een jonge man
die niet bijster veel interessants te doen heeft
en het dus heerlijk vindt
als in ruil voor de boven omschreven diensten
aandachtig naar de uitvoerige verslagen
van zijn onbeduidende belevenissen wordt geluisterd

een jonge man die
hoewel er weinig te erven valt
bereid is
tijdens de rouwplechtigheid in verband met haar overlijden
op een stoel plaats te nemen
twee rijen achter haar bedrukt kijkende
zoons en schoondochters
en daar in zijn eentje
heel hard te gaan zitten huilen.

Buiten spel

Zoals een werkloze man die op een zomeravond
zomaar wat rondloopt in de schemering
en die als hij door een stille nette straat komt
zijn ogen laat dwalen over de hoge ramen
van een groot oud huis
en een schokje voelt
wanneer hij naar binnen kijkt
en ziet dat er middenin de bijna lege suite
een elegante zwarte vleugel
uitnodigend staat te glimmen
de klep half open, de glanzende toetsen schuin naar het raam gekeerd
de sierlijke lessenaar niet door bladmuziek bedekt,

zoals hij overvallen wordt door de begeerte
met zijn vingertoppen de toetsen te betasten
klaterende loopjes te laten buitelen
stevige melodieën neer te zetten
met zijn rechtervoet het pedaal neer te drukken
bassen plechtig te laten galmen
terwijl wringende dissonanten kronkelen
machtige akkoorden jubelend zingen
en tremolo’s extatisch huiveren
voordat ze onverwacht oplossen in ijle tweeklanken
kortom, de begeerte
heel die wonderlijke geometrie van dat toetsenbord
om te toveren tot een kathedraal van geluid
iets wat hij ooit bijna dagelijks heeft gedaan
uren en uren achterelkaar, wegdromend,
zoals adolescenten kunnen wegdromen,
in zijn eigen geheime wereld van klanken,

een wereld waar hij al tientallen jaren niet meer thuis is
hij, een door drank geleidelijk in de val gelokte
steeds verder aan lager wal geraakte
arbeidsloze nietsnut die een eenkamerflat bewoont
waar niet eens een oude piano staat,

een man, die in onmerkbaar kleine stapjes verworden is
tot iemand die door de jongen die hij eens was
niets eens herkend zou worden
laat staan begrepen of gewaardeerd
zoals hij voelde ik me
zo kansloos en afgeschreven
toen jij met wapperende haren
op de hoek van de straat mijn leven in stapte
en me voorbijliep zonder me zelfs maar gezien te hebben
voordat je verdween in de menigte.

Sprookje

“Meisje, je stem
is melodieus
als een madrigaal van Monteverdi
je lach klinkt helder
als bronwater dat klatert
in een beker van Venetiaans kristal
je groenblauwe ogen
lichten op
als een door sparren omzoomd bergmeer
je zwarte haren glanzen
als de trotse manen van een Romeins paard
je figuur is rank
als dat van een ballerina
je profiel lijkt een meesterwerk
geschilderd door Botticelli
en hoewel ik niets meer ben
dan een donkere jongen
bruin als de aarde van Afrika
een illegaal om eerlijk te zijn
met evenveel rechten
als een sjokkende ezel
die verveelde toeristen vervoert
heb ik na honderd weken vechten
tegen legers van verlegenheid
net genoeg lef weten te winnen
om je stumperig te vragen
of het onmogelijke mogelijk kan zijn
en er een pluisje van een kans is
dat je met me zou willen trouwen
zodat wij twintigduizend dagen
of misschien zelfs meer
zouden kunnen delen
dagen dat ik alles doen zou
om je te laten stralen
en je leven zoveel kleur te geven
als een tuin met twintigduizend bloemen.”

“Jongen, alles wat gebeurt
is bijna onmogelijk
want ieder voorval
is maar net ontglipt aan het niet-bestaan
heeft het geluk gehad
dat een samenspel
van ontelbare omstandigheden
het heeft uitverkoren
haastig te ontsnappen
uit de gevangenis van nooit benutte kansen
de meeste dingen dus gebeuren niet
staan maar zo’n beetje aan de kant te kijken
ze blijven hooguit wensen of afgewezen dromen
zo vroegen meer dan honderd mannen om mijn hand
maar geen heeft nog een ringvinger gekregen.
Mijn jawoord krijgen is zowat onmogelijk
ik geef het aan die ene allerslimste kerel
die mijn drie vragen kan beantwoorden
je mag een poging wagen maar kijk uit
als je de antwoorden niet kunt vinden
ben je veroordeeld levenslang
je vruchteloos over mijn knagende raadsels te buigen
en zal het je tot je dood berouwen
me gevraagd te hebben je te trouwen.”

“Als ik afzie van je vragen
uit angst voor de ellende van een hopeloze zoektocht
naar die onvindbare antwoorden
zal ik heel mijn leven worden achtervolgd
door onvermoeibare spoken
die me treiterend voorhouden
dat ik je raadsels misschien had kunnen oplossen
en mijn geluk dat voor het grijpen lag
nodeloos heb laten lopen
daarom wil ik nu je vragen horen.”

“In dat geval ga ik de teerling werpen
die je toekomst zal bepalen:
Ten eerste wil ik van je weten
of ergens op de wereld
volkomen goede mensen leven
ten tweede of er veel zou zijn veranderd
als een uur lang alles om zou keren
ten derde wat het zingen van de vogels zeggen wil.”

“Een geheel goed mens kan niet bestaan
want wie nastreeft goed te zijn
wil dat zijn geluk niet wordt ontleend
aan het ongeluk van andere schepselen
dus hoe beter hij probeert te zijn
hoe meer hij anderen wenst te sparen
hoe minder ruimte hij dus opeist
maar totaal zonder ruimte kan een mens niet leven
dus de anderen kan hij niet eindeloos ontzien
daarom is hij gedwongen
zich af en toe zelfzuchtig te gedragen.
Een grens bepaalt de omvang van zijn goedheid
net als de limiet die inperkt
hoe groot een vogel worden kan
want als een vogel verdubbelt in breedte
verachtvoudigt zijn gewicht
zijn spieren worden echter
niet meer dan vier keer sterker
het kost daarom zijn arme vleugels
twee maal zoveel moeite
het gevecht te winnen
met de onveranderlijke zwaartekracht.
Om die reden zal een vogel zo groot als een mens
een megalomane mislukking zijn
die mistroostig met zijn slappe vleugels
aan de vloedlijn staat te wuiven
zonder ooit eens boven zee te kunnen vliegen.
Kortweg, een geheel goed mens
die geen enkele speelruimte wil opeisen
zal nooit van de grond komen
kan niet handelen
is derhalve vleugellam.

Op je vraag of er veel zou veranderen
nadat een uur lang alles is omgekeerd
luidt het antwoord
dat het meeste zo zou zijn
net als het voor dat uur al was
want als alles omgekeerd wordt
zullen de dieren van de zee
op het mensenras gaan vissen
grote kunststof netten slepen
argeloze mensen van het strand
hengels met lekkernijen
haken zich om polsen
van grijpgrage kinderen
sleuren hen de diepte in
wees blij voor de mensen
dat na een uur alles voorbij is
stel je eens voor dat de toestand zo blijft
dan durft niemand ooit het strand nog te betreden
en ook kanalen, meren en rivieren
worden verboden omgeving
want gauw slaan de vissen daar ook hun slag
daarna breiden ze hun jachtgebieden verder uit
verfijnen hun technieken
en niet alleen de kust van Afrika
wordt prijsgegeven aan de zee
ook Genua, Livorno, Napels
ja alle havensteden gaan verloren
op het nippertje wordt New York ontruimd
een dag voordat de stad met wolkenkrabbers en al
door gigantische netten de zee in wordt geveegd
de mensen houden zich schuil in de bergen
wie zich te ver waagt van zijn hol
wordt ingesponnen door cocons van nylon
en het hongerige water in getrokken
ja, dat zou een hele verandering zijn
het tijdperk van de vangende vissen..
nadat wij altijd op hen hebben gejaagd
zou ik ze eigenlijk wel gunnen
dat ze pakweg negenduizend jaar
konden genieten van een omgekeerde wereld
een machtig onderwater-rijk
vol verzwolgen steden
een grenzeloos Atlantis.
Maar in dat ene armzalige uur
zal het zover niet kunnen komen
en als alles wordt omgekeerd
zullen bovendien de mensen dat uur verstenen
terwijl de standbeelden zich gaan verplaatsen
ongetwijfeld wandelen dan de beelden
geamuseerd langs al die marmeren en granieten mensen
bevroren in de meest uiteenlopende houdingen en standen
wat een pech voor alle paren
die halverwege hun geslachtsgemeenschap
onvoorzien verstijven
de rondkuierende beelden
slaan hun ogen nergens neer
hun voyeuristische blikken
beschouwen de hele wereld
als één groot openbaar museum
je kunt ze moeilijk iets verwijten
als je ze eens vergelijkt met ons
met hoe wij schaamteloos genieten
van een naakte Afrodite, stervende Galliër
en hopeloos vechtende Laokoön
toch is onze tijdelijke verstening
onze redding in het vreemde omgekeerde uur
want de vissen kunnen ons niet vangen
vastgeklonken als we zijn
aan granieten sokkels
en trouwens onze stenen ledematen
willen zij niet eten
de vleesgeworden beelden worden wel gevangen
de conclusie kan niet anders zijn
dan dat na afloop van dat ene uur
voor ons niet veel is veranderd
alleen de ongelukkige Venus van Milo
is waarschijnlijk door de vissen mee gesleurd
en ligt dan op de bodem van de Middellandse Zee.

Op je vraag wat de zangvogels hebben te zeggen
kan het antwoord kort zijn
want al dat vrolijke gefluit en gekoer
uiteenlopend van melodie en van klank
heeft dezelfde grimmige betekenis:
Opdonderen, iedereen
je ziet hier het vrouwtje
dat ik met moeite heb veroverd
het nest dat ik zelf heb gebouwd
in gebied dat ik zo nodig met geweld verdedig
mijn leven als vogel
kent geen hobby’s of bijzaken
draait enkel om voortplanten
voor mij valt niets te relativeren
als mijn vrouwtje en ik
ons DNA niet weten te mengen
of het daarin gistende leven
niet kunnen beschermen
tot het zonder afscheid te nemen
op eigen vleugels wegzweeft
is onze enige opdracht mislukt.

Meisje, ik weet niet waarom
je juist deze vragen hebt gesteld
betere antwoorden
kan ik niet bedenken
ik ben een simpel mens
die enkel in de mond neemt
wat zijn geest hem ingeeft
ik hoop dat mijn kleine beetjes hersens
die verscholen gaan
onder kroezend zwarte haren
me hebben kunnen helpen.”

“Jongen, uit je antwoord op mijn eerste vraag
blijkt hoe scherp je inzicht is
in de menselijke onvolkomenheid
met je tweede antwoord demonstreer je
een feilloos werkend logisch brein
dat helder redenerend tot conclusies komt
en je derde antwoord
toont je inlevingsvermogen
in de zorgen van een ander schepsel.
Bescheidenheid, intelligentie en meelevendheid
dat zijn de kwaliteiten van een goede man
voor mij is kortom zeker
dat je vrij van grootspraak bent
maar wel in het bezit van hoofd en hart.

Kom nu maar naar mijn huis
mijn vader is zo’n echte ouderwetse
Italiaanse kleermaker
hij kan het witte bruidskostuum ontwerpen
dat vast en zeker smaakvol kleurt
bij je mooie bruine huid
zodat je op je trouwdag onweerstaanbaar bent
als pure chocolade
elegant gepresenteerd
op een witivoren schaal.”

Lichamelijke benadering

Als een boze tovenaar het meisje in wil palmen
op wie ook ik m’n zinnen heb gezet
en hij listig zijn rivaal wil uitrangeren
door mij te transformeren in een zwarte rat
kruip ik heel gauw in de holle ruimte
onder de plavuizen van haar woning
trippel ondergronds haar stiekem achterna
tot zij ‘s avonds in haar bed gaat liggen
dan sluip ik naar een ventilatierooster toe
ga met spitse oren zitten luisteren
en ik alleen kan heel de nacht haar ademhaling horen.

Als de jaloers geworden tovenaar
mij daarna omvormt tot een grote plaat van glas
word ik dadelijk de kapspiegel in haar boudoir
elke ochtend als zij voor mij plaatsneemt
ontsteekt zij eerst een sierlijk lampje
dat handig op mijn bovenrand zit vastgeklemd
ze kamt haar haren, wrijft haar crème uit, stift haar lippen
klikt kristallen hangers aan haar oren
en als zij vervolgens naar mij toebuigt
en voorzichtig haar mascara aanbrengt
kan ik alleen haar in de ogen kijken.

Indien de tovenaar ten einde raad
mij verandert in zo’n zestig liter water
duik ik in het buizenstelsel van haar woning
en verschans me in de leiding naar haar douche
als zij het warme water uit de kraan laat stromen
lik ik gulzig aan haar mooie huid
ik proef haar lippen, aai haar schouders
kus haar borsten, streel haar billen
laat mijn watertongen lekken van haar venusheuvel
en mijn laatste druppel sabbelt aan haar tenen
voordat ik het afvoerputje ingezogen word
en voorgoed in de rioolbuis ben verdwenen.

Ongeldig bewijs

De motregen zeurde uit de hemel.

Goedkope winkels speurden de straat af
smachtend naar schuldeloze klanten
parkeerbonnen kusten vochtige autoruiten
gulzige prullenbakken puilden uit
rubberen zolen ondersteunden passanten
aangelijnde honden vloekten naar elkaar
en gerimpeld asfalt verdroeg de banden van haastig verkeer
dat gretig naar het kruispunt rolde
waar het stoplicht zijn gunsten verdeelde.

De bushalte lonkte naar mijn vermoeide benen
die bezweken voor de verleiding van het wachthokje
dat dartel twee plastic stoeltjes offreerde
helaas wist een echtpaar de vrije plaatsen te veroveren
zodat ik gedwongen was buitenstaander te blijven.

De dienstregeling moedigde me aan vier minuten te wachten
nadat vijfhonderd seconden overleden waren
wilde mijn ongeduld het woord nemen
maar daar stak de bus zijn kop om de hoek
gleed bedaard naar ons toe en
opende zuchtend zijn grote portieren.

Handig manoeuvreerden mijn voeten zich als eerste naar voren
mijn jaarabonnement liet zijn spierballen zien
de ogen van de bestuurder waren echter te zuinig
om mijn vervoersbewijs met een liefkozende blik te belonen.

De bus had zich bijkans vol gegeten
aan dampende jassen en sappige benen
haast was mijn fatsoen gestruikeld
gelukkig wist een rustige stang
mijn evenwichtsorgaan te herstellen.

Strategisch overzag ik het gebied van strelende stoelen
waarvan twee werden bezeten door een heilig verklaard kind
en zijn begerig aanbiddende voorouder
beiden de omgeving sektarisch verloochenend.
Mijn welsprekendheid voerde een aanval uit
gedekt door de straffe wetten van het zitrecht
snel was de valse profeet verslagen
zijn minderjarige afgod ruimde het veld
en mijn triomfantelijk zitvlak
vestigde zich vorstelijk
in met recht te bezetten gebied.

Enige haltes verder werd de bus overmand
door gevoel van ontzag voor een controleursuniform
waarvan de dwingend gerichte pet
ieder deed grijpen naar bewijsmateriaal
dat door enkele grondregels toe te passen
diende te leiden tot wiskundig zekere geldigheid.

Terwijl mijn abonnement zich luchtig wuivend openbaarde
bevroren de ogen van de messcherpe rechter
drie ondraaglijke tellen stond het universum stil
toen vernietigde een lispelend vonnis
mijn aanspraak op levenslang goed gedrag.

Mijn jaarkaart was de tijd vergeten
ze had zich meer dan een maand verslapen
haar verkreukte gelaat was verlopen
en niets kon mijn verbanning verhinderen.

De toeschouwers in de bus zaten likkebaardend te eten
van het hun koud gepresenteerde gerecht
ik voelde dat hun vraatzucht pas zou zijn verzadigd
wanneer ik bij de volgende halte was afgeserveerd.

Een lange minuut later
daalde mijn gehavende ego neer
naar een door mij tot dusver verachte straat
en terwijl de bus behaaglijk verder knorde
werd ik door de zwijgende stoep meewarig ontvangen.

De Jabberglop

Jabberwocky is een nonsensgedicht van Lewis Carroll dat verscheen in Through the Looking Glass (1871). Voor de compositie De Jabberglop (voor spreekstem, basklarinet & piano, 1986) werd deze Nederlandse hertaling gemaakt.

’Twas brillig, and the sltihy toves
did gyre en gimble in the wabe.
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.

“Beware the Jabberwock, my son!
The jaws that bite, the claws that catch!
Beware the Jubjub bird, and shun
The frumious Bandersnatch!”

He took his vorpal sword in hand.
Long time the manxome foe he sought.
So rested he bij the Tumtum tree,
And stood a while in thought.

And, as in uffish thought he stood,
The Jabberwock, with eyes of flame,
Came whiffling through the tulgey wood,
And burbled as it came!

One, two! One, two! And through and through
The voorval blade went snicker-snack!
He left it dead, and with its head
He went galumphing back.

“And hast thou slain the Jabberwock?
Come to my arms, my beamish boy!
O frabjous day! Callooh! Callay!
He chortled in his joy.

’Twas brillig, and the sltihy toves
did gyre en gimble in the wabe.
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.

’t Was klatsig, en de circaliers
Vlikten en vnosden in de weep.
Intender beefden boeridiers,
En de nijn leusde kleep.

“Mijn zoon, vrees steeds de Jabberglop!
Zijn muil is groot, zijn greep is scherp!
Hoed je voor Joepnoep Vleugelslop!
Ontloop de vallewerp!”

Hij nam het porvaal zwaard ter hand.
Lang zocht hij naar de hellevast.
Bij de Loemploem plant hield hij stand,
En nam een korte rillerast.

En toen hij stond in deuk gepeins,
Kwam Jabberglop, de bek vol vuur,
Gedrochtig met een takke grijns,
Zwavelend in het zuur!

En één! En twee! En door ging door
Het porvaal staal toen mis of raak!
Toen sloeg hij scherp! …Galopgefierd
Bracht hij de kop mee van de draak.

“Hebt ge geknakeld Jabberglop?
Kom aan mijn hart, mijn zilte zoon!
O, zale dag! Extriteflop!”
Hij snorde van toon tot koon.

’t Was klatsig, en de circaliers
Vlikten en vnosden in de weep.
Intender beefden boeridiers,
En de nijn leusde kleep.


Kleren van de keizer

Mocht jij ooit klem komen te zitten
tussen dranghekken en een hersenloze menigte
die stompzinnig begint te juichen
wanneer de heersende vorst in zijn hemd voorbij komt
dan, dat weet je zeker
roep je zonder je wat aan te trekken
van de massa laf en onderdanig klapvee om je heen
Die machthebber heeft niets om het lijf!

Want die jongen uit dat sprookje, dat ben jij
je bepaalt zelf wat goed of slecht is
waar of onwaar, mooi of lelijk
handelt en denkt onafhankelijk
kijkt meewarig neer
op al die slippendragers
van andermans meningen
lakeien van de laatste mode
slaven van hun eigen vooroordeel
niet in staat de waanideeën
van hun beperkte kringetje
ook maar een centimeter te ontstijgen.

Darwins evolutieleer
zou jij als tijdgenoot
bij eerste publicatie hebben omarmd
de in religieuze dogma’s
vastgeroeste tegenstanders
had je droogjes toegevoegd
dat wie weigert in te zien
waarom wij familie zijn
van chimpansee en gorilla
zichzelf voor aap zet.

Van Gogh’s Sterrennacht 2
en de zinderende pracht
van zijn honderden andere meesterstukken
waren je in het oog gesprongen
meteen in 1889 al
hoe kortzichtig ook
de botteriken om je heen
bezworen hadden
dat de maker
een beklagenswaardige gek was
die niets verdiende.

Schuberts onweerstaanbare melodieën
zouden je hart hebben omsingeld, bestormd en veroverd
al zou verder heel Wenen doof blijven
voor hun ongehoorde schoonheid.

Galilei had jij wat graag willen steunen
toen hij onder druk gezet werd
de simpele waarheid te verloochenen
dat de aarde rondtolt door de ruimte.

Hitlers demagogische toespraken
hadden op jou nooit vat gekregen
zijn spervuur van vulgair fascisme en antisemitisme
was op je afgeketst
als een schot hagel op gewapend beton.

Totaal ondenkbaar is het
dat jij je ooit schuldig maken zou
aan de verkrachting van een hulpeloze vrouw
ook wanneer je eens als soldaat
straffeloos kon huishouden
in een afgelegen dorpje
nadat jouw compagnie
alle mannen hadden doodgeschoten.

Het dienstbevel
op weerloze burgers te schieten
zou jij trouwens
met soevereine minzaamheid
naast je neerleggen
in het volle besef
daardoor het risico te lopen
voor deserteur uitgemaakt te worden
en zelf voor het vuurpeloton te eindigen.

Jij zal nooit buigen
voor de waan van de dag
bewapend
met een messcherp denkvermogen
en een feilloos ethisch kompas
schrijd je door het leven

trots en zeker
als een door het volk bejubelde
in staatsiekledij gestoken
keizer.

De kleren van de keizer werd samen met bijpassende muziek in 2009 geschreven voor een toernee van het Nederlands Blazers Ensemble met componisten en dichters, onder wie Joke van Leeuwen, Simon Vinkenoog en Ilja Pfeiffer.

De oerknaller

Stel
dat er toch een God bestaat
omdat
zoals gelovige geleerden beweren
de oerknal alleen plaatsgevonden kan hebben
als er een creator was
een oerknaller die al het geweld van uiteenspattende
tien miljoen graden hete
subatomaire deeltjes
ontketend moet hebben

dan is het een God met wie we geen betrekkingen onderhouden
die buiten ons heelal staat en onze belevenissen bekijkt
zoals een scenarioschrijver die in de bioscoop de film ziet
waarvoor hij zelf het script had geschreven

dan kunnen wij net zo min met Hem praten
als filmpersonages van het witte doek kunnen stappen
om hun regisseur toe te juichen.

King Kong is in staat de vliegtuigjes te vermorzelen
die nijdig om het Empire State Building cirkelen
de producent van de film
waarin hijzelf de monsterlijke hoofdrol speelt
krijgt hij onmogelijk in zijn klauwen.

Bambi kan de wolven zien
die zijn moeder verscheuren
Walt Disney’s tekenaars
blijven eeuwig buiten beeld.

Messala wil alleen Ben-Hur verslaan
met Charlton Heston heeft hij niets te maken
als Romeinse wagenrenner kan Messala triomfen vieren
een Oscar wint hij nooit.

Het kosmisch filmdecor waarin we
vol overgave onze rollen spelen
is zonder ruggespraak met ons
ontworpen en geschapen
in een ander, onbereikbaar universum.

In de nacht

Schilderijen stelen doe je in de nacht
als het museum slaapt
de zalen zijn uitgestorven
en de enige bewaker het vertikt
door donkere gangen te slenteren
zodat je de begeerde doeken
ongestoord kunt lossnijden
uit hun protserige lijsten
wat een woedend pandemonium ontketent
van hysterisch rinkelende alarmbellen
die machteloos blijven razen
terwijl jij door de nooduitgang glipt
in je vluchtauto stapt
en ongehinderd door verkeer
het verlaten centrum uit bent
nog voordat op de plaats delict
politieauto’s arriveren
waarmee je zonneklaar hebt aangetoond:
schilderijen stelen doe je in de nacht.

Je bezatten doe je in de nacht
als je ver verwijderd bent
van het dagelijkse leven waarin het telt
dat je niet naar bier stinkt
je hemd niet uit je broek slobbert
je geen boeren laat
en je geen slecht gearticuleerde onzin
uitbraakt
nu, ongehinderd door akelig waakzaam zonlicht
kun je eindelijk eens vergeten
dat daden consequenties hebben
je staat te pissen tegen een auto
brult de hele buurt wakker
slaat een bushokje stuk
je voelt hoe lekker het is
om overal schijt aan te hebben
wat bewijst dat je groot gelijk hebt:
je bezatten doe je in de nacht.

Gedichten schrijven doe je in de nacht
je snijdt een kleurrijk beeld uit zijn context los
steelt een door anderen geschilderd tafereel
gaat met de betekenis aan de haal
geen gillende alarmbellen
houden je geraaskal tegen
je woorden zijn niet te arresteren
je vlucht je verbeelding in
ongerijmde analogieën
knoop je schaamteloos aan elkaar
je laat de regels lallen en brullen
slaat heilige huisjes aan diggelen
neemt in de zeik wie of wat je maar wil
in het ontnuchterend helle daglicht
waren je zinnen nooit ontsnapt
aan het streng en waakzaam brein
daarom weet je dat het zo moet zijn:
gedichten schrijven doe je in de nacht.

De laatste keer

Geachte studenten!
Tijdens dit college
behandelen wij het fenomeen
‘De laatste keer’.

Eens zal het de laatste keer zijn
dat u uw adem uitblaast.

Zoals u ziet
is het basisconcept van de theorie
eenvoudig.

Nadere analyse toont aan
dat er twee soorten laatste keren
kunnen worden onderscheiden.

Om te beginnen
bestaat er de laatste keer
waarvan bekend is
dat het de laatste zal zijn.

Bijvoorbeeld:
aan ter dood veroordeelden in de Verenigde Staten
is het toegestaan
vlak voor de executie
nog éénmaal te douchen.

De douchecabine bevindt zich naast de ruimte
waarin de elektrische stoel staat opgesteld.

Veroordeelden in sommige delen van de Verenigde Staten
mogen na dat douchen schone kleren aantrekken.

Voor de laatste keer, wel te verstaan.

Verder bestaan er laatste keren
waarvan voor de betrokkene onbekend is
dat ze de laatste zijn.

Laten we ter illustratie aannemen
dat persoon A
op een tijdstip X
de liefde bedreven heeft.

Na afloop denkt A:
‘Dat is me goed bevallen.
Binnen afzienbare tijd / morgen /
over een week / over een uur /
ga ik de liefde nog eens bedrijven.’

Door onvoorziene omstandigheden
vult u zelf maar wat mogelijkheden in
– dat zou trouwens een aardige tentamenvraag zijn –
is het op tijdstip X voor persoon A de laatste keer!

Recent wetenschappelijk onderzoek
heeft voorts het begrip ‘schijnbare laatste keer’ opgeleverd.

Stel, een professor van deze universiteit
heeft een maand lang bij een collega in het buitenland gelogeerd.

Het is de ochtend van zijn vertrek.
Voor de laatste keer ontbijten de twee collega’s samen.
Ze wisselen voor de laatste keer enkele woorden
geven elkaar voor de laatste keer een hand
kijken elkaar voor de laatste keer in de ogen.

Terwijl onze professor op weg is naar het station
bedenkt hij dat hij zijn telefoon vergeten is.

Hij gaat terug
en dan ziet hij zijn collega
pas echt voor de laatste keer.

Die heeft veel minder allure
dan de schijnbare laatste keer
van een kwartier daarvoor.

De echte laatste keer
ontneemt dus de glans
enigszins aan de schijnbare.

Er worden in de vakliteratuur zelfs gevallen vermeld
waarin de echte laatste keer een pijnlijke vertoning was
die de schijnbare laatste keer geheel bedorven heeft.

‘Schijnbaar laatste’ keren hebben een tegenhanger:
keren die de schijn hebben
niet de laatste te wezen
terwijl ze het juist wel zijn.

Vorig jaar zijn een vrouw en ik verliefd op elkaar geworden.

We hebben de zomervakantie in Oostenrijk doorgebracht
op een zonnige middag hebben we in de buurt van Innsbruck
een bergwandeling gemaakt.

Voor de laatste keer!

Ik zie uw vragende gezichten
en ik begrijp wat u wilt tegenwerpen.
Ik kan die wandeling met mijn vrouw
– we zijn inmiddels getrouwd –
volgende zomer toch weer maken?
En het jaar daarop nog eens?
En wie weet als ik zeventig ben
voor de zoveelste keer?

Waarde studenten, mijn weerwoord is simpel.

Een wandeling van twee bejaarde mensen
die samen een verleden delen van tientallen jaren
gedrag en meningen van hun partner hebben overgenomen
rimpels in elkaars gezicht hebben zien toenemen
ruzie hebben gemaakt over kleinigheden –

Vergelijk die eens met de eerste wandeling van twee verliefden.

Dat zijn toch twee geheel verschillende gebeurtenissen!

Ja, zelfs een tweede wandeling
verschilt al van een eerste
in factoren als datum en tijdstip
temperatuur, luchtdruk, vochtigheidsgraad,
lichtval, geur, stemming en sfeer.

In feite zijn alle gebeurtenissen laatste keren.
U kunt De naam van de roos herlezen
maar de eerste keer onderging u dat boek anders.

U kunt nog eens
bij uw vader op schoot gaan zitten
maar als kind voelde dat anders.

U kunt zelfs in een kleuterklas
aan een tafeltje gaan zitten tekenen
terwijl het buiten sneeuwt
en u luistert naar de juffrouw
die een verhaal voorleest
maar in uw kleuterjaren
beleefde u juffrouw, sneeuw en klaslokaal anders.

Laatste keren bestaan dus niet
je kunt niets overdoen
er zijn alleen eerste keren.

Dit was het laatste college van de module ‘paradoxen en valkuilen’.
Het schriftelijk tentamen kan volgende week vrijdag worden afgelegd
van negen tot elf uur in zaal A op de tweede verdieping.

Ik hoop dat u allen een goed resultaat behaalt.
Er kan namelijk niets herkanst worden.

Niets.